De mythe van de groene economie, een aanrader

Anneleen Kenis en Matthias Lievens hebben met hun boek: De mythe van de groene economie, een heel waardevolle bijdrage geleverd aan het debat binnen de groene en rode beweging. In het boek wordt een sterke argumentatie ontwikkeld over hoe het kapitalisme de ecologische crisis gebruikt om nieuwe markten te creëren en een politiek van verdere liberalisering te bekomen. Het huidige milieubeleid en de positie van vele milieubewegingen worden kritisch onder de loep genomen met een conclusie die kan tellen. De ‘groene economie’ is een valsstrik.

Lievens en Kenis gebruiken tal van voorbeelden om aan te tonen hoe het kapitalisme er in slaagt eigen voordeel te creëren uit de milieucrisis en de gewone bevolking laat opdraaien voor de gevolgen. Hoe deze groene economie in zijn werk gaat, wordt treffend geduid met volgend voorbeeld. “In het Schotse stadje Grangemouth stoot een olieraffinaderij die eigendom is van BP zwaveldioxide, stikstofoxide en fijn stof uit, waardoor de gezondheid van de omwonenden wordt aangetast. Het zijn vooral mensen uit lagere sociale klassen die rond de vervuilende fabriek wonen.

Hetzelfde bedrijf compenseert tegelijk zijn uitstoot van broeikasgassen via de investering in eucalyptusplantages in Brazilië. Die plantages hebben een vernietigend effect op de biodiversiteit en op het grondwaterniveau, met alle gevolgen vandien voor de lokale bevolking. Twee lokale gemeenschappen zijn zo verbonden door één en dezelfde ongemeen complexe realiteit: emissiehandel, en de weigering om echte alternatieven te zoeken voor het fossiele-brandstoffensysteem”.

De auteurs komen tot een treffende conclusie. “De ‘groene economie’ dreigt niets anders te zijn dan een (ver)groen(d) kapitalisme, dat de natuur verder tot koopwaar maakt, niet in staat is om de ecologische crisis te stoppen, maar wel tal van nieuwe sociale en ecologische problemen creëert. De ‘groene economie’ suggereert dat marktmechanismen het probleem kunnen oplossen. Maar is dat wel zo? Als de klimaatpolitiek wordt overgelaten aan economen, bankiers en multinationals, wees dan maar op je hoede.”

Ze analyseren ook hoe de huidige milieubeweging sterk in de ban is van die ‘groene economie’. Hoe ze allianties aangaan met de vervuilers om toch maar iets van resultaat te kunnen boeken. Maar ook waarom deze strategie weinig resultaat zal boeken, integendeel. “Het is niet de eerste keer dat een ‘allemaal samen’-discours tegen de ‘alom bedreigende vijand’ wordt ingezet om de aandacht af te leiden van wat sommigen liever toegedekt houden: de sociale ongelijkheid, of de onhoudbaarheid van een sociaal-economisch systeem. De klimaatverandering dreigt op die manier te worden aangewend om het volk één te maken, tegen een vijand die wordt geëxternaliseerd: deze keer niet de Joden of de Islam, maar de ecologische apocalyps, of concreter, CO². Het resultaat is dat de sociale ongelijkheid, machtsverhoudingen en politiek-ideologische conflichten uit het blikveld verdwijnen. Er wordt ingezet op verandering maar met als doel dat er uiteindelijk niets echt hoeft te veranderen.”

Kortom, een aanrader.