Recht op onderwijs in gevaar. Inschrijvingsgelden tot 9.000 euro?

De maskers van de voorstanders van het Bologna-decreet vallen af. Dat project is verre van progressief, maar een instrument van patronaat en regering om een neoliberaal beleid op te leggen in het hoger onderwijs. Met een structurele onderfinanciering wordt geprobeerd om het onderwijs in het keurslijf van de patronale belangen te dwingen. Hierdoor wordt het recht op onderwijs aan duizenden jongeren ontzegd.

 

De oude rector van de KUL, André Oosterlinck, verklaarde zonder omwegen dat het halveren van het aantal studenten aan zijn universiteit geen te hoge prijs is om te kunnen concurreren met Oxford of Cambridge.

Onlangs verhoogde de KUL effectief de inschrijvingsgelden. Voor 31 master-na-master opleidingen (een opleiding na je eerste diploma – meestal meer beroepsgericht) betaal je nu geen 505 euro, maar 3.000, 4.000, … tot en met 9.000 euro! Dit initiatief van de KUL betekent een breuk met het verworven recht op “betaalbare” inschrijvingsgelden en uiteindelijk met het recht op onderwijs in het algemeen. De wedloop om hoge inschrijvingsgelden is geopend en andere universiteiten en hogescholen zullen volgen.

 

Verzet tegen verhoging inschrijvingsgeld

De Franstalige Gemeenschap pakt de financieel zwaksten eerst aan. Dat blijkt uit de discussie over het inschrijvingsgeld voor bijna-beurs-studenten aan de Luikse universiteit. Het inschrijvingsgeld werd opgetrokken van 277 tot 430 euro, maar na studentenprotest werd de maatregel ingetrokken.

Het studentencomité CECAM (“Studentencollectief tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld” waarin ALS een stuwende rol speelde) verzette zich tegen de passieve houding van de “officiële” studentenvertegenwoordigers en mobiliseerde voor verschillende acties. Op voorstel van de ALS werd overgegaan tot een bezetting van het rectoraat. Aan deze actie namen 400 studenten deel, wat leidde tot een overwinning.

Dit jaar kwam de kwestie opnieuw op tafel in heel de Franse Gemeenschap. Volgens de logica van Bologna moet het inschrijvingsgeld voor bijna-beurs-studenten naar 430 euro. Na een aantal kleine acties krabbelde de Gemeenschapsregering opnieuw terug. De rectoraten moeten gevoeld hebben dat, o.a. aan de Universiteit van Luik en de ULB (Brussel), protesten zouden uitbreken, mogelijk zelfs in alliantie met het personeel.

CECAM, omgevormd tot SAEL (Syndicat Autonome des Etudiants Liègois – in werkelijkheid geen echte studentenvakbond), is echter verzwakt en vormt zich stilaan om tot een nieuwe “studentenbureaucratie” die enkel actief is in de officiële structuren. In de komende periode zal de kwestie van strijdbare, brede studentenorganisaties zich opnieuw stellen. ALS zal daarbij opkomen voor een strijdbare, actiegerichte strategie, om zoveel mogelijk studenten en personeelsleden te mobiliseren en te informeren, om een krachtsverhouding op te bouwen. Daarnaast moeten we voortdurend de link leggen met andere strijdbewegingen en oproepen tot solidariteit.

 

Politieke rechten van studenten onder vuur

ALS staat voor een consequent verzet tegen de besparingen. Dat is de reden waarom vanuit de rectoraten geregeld wordt opgetreden tegen onze aanwezigheid. Er wordt soms gepoogd om het gebruik van zalen te ontzeggen, er worden boetes op affiches opgelegd, of leden worden door de autoriteiten “tot de orde geroepen”.

Onlangs werd een ALS-lid die affiches aan het ophangen was zelfs geslagen door een security agent aan de VUB. Dat was een brug te ver en de VUB moest onder druk van de ACOD en ALS toegeven dat er een gedoogbeleid komt tegenover studentenaffiches op de campus.

ALS komt op voor gratis en democratisch onderwijs voor iedereen. We ondersteunen de eis van het vakbondsfront om 7% van het BBP te investeren in onderwijs, vanuit het overheidsbudget en niet door privatiseringen. Studenten en personeel staan het sterkst als ze samen hun belangen verdedigen. Er is nood aan een gezamenlijk actieplan van studenten en personeel rond de eis van 7% voor het onderwijs. De syndicale beweging tegen de aanvallen op het brugpensioen richt zich tegen hetzelfde neoliberaal beleid dat ons onderwijs bedreigt. We moeten dan ook samen ingaan tegen de besparingen en opkomen voor een socialistisch alternatief.